**1.** Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij:
het recht om zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
het recht om landingen, anders dan voor verkeersdoeleinden, op haar grondgebied te maken; en
tijdens de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, het recht om op haar grondgebied te landen voor het opnemen en afzetten van internationaal verkeer van passagiers, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd.
**2.** Geen van de bepalingen van het eerste lid wordt geacht een luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij het recht te verlenen deel te nemen aan het luchtvervoer tussen punten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Ingevolge artikel 1, derde lid, van de Overeenkomst van 29 juni
2011 zal, wanneer in de Engelse tekst van de bilaterale
Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar „air carriers or
airlines” van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden
begrepenals een verwijzing naar de door het Koninkrijk der
Nederlanden aangewezen „air carriers or airlines” (Trb. 2021/154).
Artikel 2
Verlening van rechten
Onderdeel van Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1994