**1.** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht schriftelijk aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen ten behoeve van de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.
**2.** Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, behoudens de bepalingen van het vierde en het vijfde lid van dit artikel, de aangewezen luchtvaartmaatschappij onverwijld de nodige exploitatievergunningen.
**3.** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij in te trekken en een andere aan te wijzen.
**4.** Van een door één van beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij kan worden verlangd dat zij ten genoegen van de andere Overeenkomstsluitende Partij aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden, gesteld in de wetten en voorschriften die door deze Overeenkomstsluitende Partij gewoonlijk en redelijkerwijze worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag.
**5.** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de verlening van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning te weigeren of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst bedoelde rechten door een luchtvaartmaatschappij, in alle gevallen waarin niet tot haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijk toezicht op, die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen.
**6.** Na ontvangst van de exploitatievergunning bedoeld in het tweede lid van dit artikel kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk tijdstip de overeengekomen diensten beginnen te exploiteren, geheel of ten dele, mits zij voldoet aan de bepalingen van deze Overeenkomst en er tarieven voor die diensten zijn vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 5 van deze Overeenkomst.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 29 juni
2011 zal, wanneer in de Engelse tekst van de bilaterale
Overeenkomst, met Bijlage, wordt verwezen naar „nationals” van het
Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing
naar „nationals” van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2021/154). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 29 juni
2011 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van
deze Overeenkomst voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit
artikel (Trb. 2021/154).
Artikel 3
Aanwijzing en machtiging
Onderdeel van Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1994