**1.** De bevoegde instanties van elke partij kunnen de exploitatievergunningen weigeren, intrekken, opschorten of beperken of de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij van de andere partij op een andere wijze opschorten of beperken als:
in het geval van een luchtvaartmaatschappij uit de Republiek Moldavië:
de hoofdvestiging van de luchtvaartmaatschappij zich niet in de Republiek Moldavië bevindt en de maatschappij niet houder is van een geldige exploitatievergunning overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Republiek Moldavië; of
het regelgevend toezicht op de luchtvaartmaatschappij niet effectief wordt uitgeoefend of gehandhaafd door de Republiek Moldavië; of
tenzij anders bepaald in artikel 6 (Investeringen) van deze Overeenkomst, de eigendom van de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsparticipatie, of de feitelijke zeggenschap over die maatschappij niet berust bij de Republiek Moldavië en/of onderdanen van de Republiek Moldavië;
in het geval van een luchtvaartmaatschappij uit de Europese Unie:
de hoofdvestiging van de luchtvaartmaatschappij zich niet op het grondgebied van een lidstaat onder de EU-Verdragen bevindt en de luchtvaartmaatschappij niet houder is van een geldige exploitatievergunning; of
het regelgevend toezicht op de luchtvaartmaatschappij niet effectief wordt uitgeoefend of gehandhaafd door de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het Air Operators Certificate, of de bevoegde luchtvaartautoriteit niet duidelijk is geïdentificeerd; of
tenzij anders bepaald in artikel 6 (Investeringen) van deze Overeenkomst, de eigendom van de luchtvaartmaatschappij, rechtstreeks of via een meerderheidsparticipatie, of de feitelijke zeggenschap over die maatschappij niet berust bij lidstaten en/of onderdanen van lidstaten of bij andere in bijlage IV van deze Overeenkomst vermelde staten en/of onderdanen van die staten;
de luchtvaartmaatschappij niet voldoet aan de in artikel 7 (Naleving van wetten en regels) van deze Overeenkomst vermelde wetten en regels; of
de voorschriften van artikel 14 (Veiligheid van de luchtvaart) en artikel 15 (Beveiliging van de luchtvaart) van deze Overeenkomst niet worden gehandhaafd en opgelegd; of
een partij overeenkomstig artikel 8 (Concurrerend klimaat) van deze Overeenkomst heeft vastgesteld dat niet voldaan is aan de mededingingsvoorwaarden.
**2.** Tenzij onmiddellijke maatregelen noodzakelijk zijn om verdere niet-naleving van lid 1, onder (c) of (d), van dit artikel te voorkomen, worden de in dit artikel vastgestelde rechten pas uitgeoefend na overleg met de bevoegde instanties van de andere partij.
**3.** Geen van de partijen doet een beroep op het bij dit artikel vastgestelde recht om vergunningen of licenties van luchtvaartmaatschappijen van een partij te weigeren, in te trekken, op te schorten of te beperken op grond van het feit dat een of meer ECAA-partijen of hun onderdanen meerderheidseigenaar van die luchtvaartmaatschappij zijn en/of er feitelijke zeggenschap over uitoefenen, voor zover die ECAA-partij of -partijen dit ook niet doen en voor zover deze partij of partijen de voorwaarden van de ECAA-Overeenkomst naleeft/naleven.
TITEL I
Artikel 5
Weigering, intrekking, opschorting of beperking van vergunningen
Onderdeel van Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de Republiek Moldavië· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 2 augustus 2020