Naar hoofdinhoud

TITEL VI

Artikel 33

Energie

Onderdeel van Kaderovereenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek der Filipijnen, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2018

1. De partijen streven naar meer samenwerking in de energiesector teneinde: een gunstig investeringsklimaat te scheppen, met name voor infrastructuur, en gelijke concurrentievoorwaarden voor hernieuwbare energie; de energievoorziening te diversifiëren, zodat de continuïteit daarvan beter gewaarborgd is, onder meer door nieuwe, duurzame, innovatieve en hernieuwbare vormen van energie te ontwikkelen en de institutionalisering te ondersteunen van passende beleidskaders voor het creëren van gelijke concurrentievoorwaarden voor hernieuwbare energie en de integratie daarvan in de relevante beleidslijnen; convergente energienormen te ontwikkelen, met name voor biobrandstoffen en andere alternatieve brandstoffen en daarmee samenhangende faciliteiten en praktijken; rationeel energiegebruik te verwezenlijken door energiezuinigheid en -besparing te bevorderen bij de productie, het transport, de distributie en het eindgebruik van energie; de overdracht van technologie voor duurzame energieproductie en duurzaam energiegebruik tussen het bedrijfsleven van de partijen te bevorderen, bijvoorbeeld door middel van passende samenwerking met betrekking tot met name de hervorming van de energiesector, de ontwikkeling van energiehulpbronnen, downstreamfaciliteiten en de ontwikkeling van biobrandstoffen; capaciteitsopbouw te stimuleren op alle terreinen die onder dit artikel vallen, en een gunstig en aantrekkelijk klimaat voor wederzijdse investeringen te creëren door middel van een consistente dialoog die gericht is op stabiele, transparante, open en niet-discriminerende regels voor investeerders, met aandacht voor administratieve mechanismen ter vergemakkelijking van de investeringsstromen, in overeenstemming met binnenlandse wet- en regelgeving van de partijen. 2. Daartoe komen de partijen overeen contacten en gezamenlijk onderzoek tot wederzijds voordeel te stimuleren, met name via de relevante regionale en internationale kaders. Onder verwijzing naar artikel 34 en de conclusies van de wereldtop inzake duurzame ontwikkeling, die in 2002 in Johannesburg plaatsvond, benadrukken de partijen dat aandacht moet worden besteed aan het verband tussen betaalbare toegang tot energiediensten en duurzame ontwikkeling. Deze activiteiten kunnen worden gestimuleerd in samenwerking met het energie-initiatief van de Europese Unie, dat tijdens deze top is gelanceerd. 3. Overeenkomstig hun verbintenissen als partijen bij het VN-kaderverdrag inzake klimaatverandering komen de partijen overeen technische samenwerking en private partnerschappen te bevorderen op het gebied van duurzame en hernieuwbare energie, alsook projecten met betrekking tot energie-efficiëntie en de overschakeling op schone brandstoffen door middel van flexibele marktmechanismen, zoals het koolstofmarktmechanisme.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel