Naar hoofdinhoud

TITEL VI

Artikel 34

Milieu en natuurlijke hulpbronnen

Onderdeel van Kaderovereenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek der Filipijnen, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2018

1. De partijen komen overeen dat met de samenwerking op dit terrein het behoud en de verbetering van het milieu met het oog op duurzame ontwikkeling moeten worden bevorderd. Bij alle activiteiten die de partijen in het kader van deze overeenkomst ondernemen, wordt rekening gehouden met de resultaten van de wereldtop over duurzame ontwikkeling en met relevante multilaterale milieuverdragen waarbij beide partijen zijn aangesloten. 2. De partijen komen overeen dat de natuurlijke rijkdommen en de biodiversiteit duurzaam moeten worden beschermd en beheerd ten behoeve van de ontwikkelingsbehoeften van de huidige en toekomstige generaties. 3. De partijen komen overeen samen te werken teneinde hun handelspolitiek en hun milieubeleid wederzijds te versterken en milieuoverwegingen in alle samenwerkingsterreinen te integreren. 4. De partijen streven ernaar hun samenwerking binnen regionale programma’s voor milieubescherming voort te zetten en uit te breiden, met name wat betreft: vergroting van het milieubewustzijn en lokale participatie in milieubescherming en duurzame ontwikkeling, waaronder de betrokkenheid van inheemse culturele gemeenschappen/bevolkingsgroepen en lokale gemeenschappen; capaciteitsopbouw voor aanpassing aan en matiging van klimaatverandering, en energie-efficiëntie; capaciteitsopbouw voor de deelname aan en de uitvoering van multilaterale milieuverdragen, onder meer op het gebied van biodiversiteit en bioveiligheid; bevordering van milieuvriendelijke technologieën, producten en diensten, onder meer door toepassing van regelgevings- en marktinstrumenten; beter bestuur met betrekking tot natuurlijke hulpbronnen, onder meer in de bosbouw, bestrijding van illegale houtkap en de handel in illegaal gekapt hout, en bevordering van duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, waaronder bosbeheer; doeltreffend beheer van nationale parken en beschermde gebieden, en aanwijzing en bescherming van gebieden die moeten worden beschermd met het oog op hun biodiversiteit en fragiele ecosystemen, waarbij rekening wordt gehouden met de lokale en inheemse gemeenschappen die in of nabij deze gebieden leven; voorkomen van illegaal grensoverschrijdend verkeer van gevaarlijk vast afval en andere afvalstoffen; bescherming van kustgebieden en het mariene milieu en doeltreffend waterbeheer; bodembescherming en -behoud, duurzaam grondbeheer, waaronder sanering van uitgegraven of verlaten mijnen; capaciteitsopbouw met betrekking tot rampen- en risicobeheer; stimuleren van duurzame consumptie- en productiepatronen in hun industrie. 5. De partijen moedigen wederzijdse toegang tot elkaars programma’s op dit terrein aan, overeenkomstig de specifieke voorwaarden van deze programma’s.

Rechtspraak bij dit artikel