Aan invoerrechten onderworpen goederen, welke als monsters dienst doen, met uitzondering van verboden koopwaren, zullen over en weer worden toegelaten onder tijdelijken vrijdom van invoerrechten, onder voorbehoud, dat de douaneformaliteiten, welke noodig zijn om den volledige wederuitvoer dier goederen binnen het tijdsverloop van een jaar te verzekeren, worden in acht genomen. De herkenningsmerken, welke door de autoriteiten van een der verdragsluitende Partijen op de monsters zijn aangebracht, zullen ter vaststelling van de identiteit dier monsters worden erkend door de autoriteiten der andere Partij, met dien verstande evenwel, dat deze laatsten de bevoegdheid zullen hebben daarnevens de nationale herkenningsmerken aan te brengen, in al die gevallen, waarin hun zulks noodzakelijk mocht voorkomen. Het genot van bedoelden vrijdom kan worden ontnomen aan die reizigers en die handelshuizen, welke zich niet volgens de vastgestelde bepalingen gedragen.
Artikel VII
Artikel VII
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 5 juni 1925