**1.** Niets in deze titel belet een partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en/of beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken bedrijfstak zijn voorgeschreven.
**2.** De partijen moedigen de desbetreffende beroepsorganisaties op hun respectieve grondgebied aan gezamenlijk aanbevelingen over wederzijdse erkenning op te stellen en aan het Handelscomité voor te leggen, teneinde ervoor te zorgen dat investeerders en dienstverleners volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door elke partij toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en certificering van investeerders en dienstverleners, in het bijzonder voor beoefenaars van vrije beroepen.
**3.** Wanneer het Handelscomité een aanbeveling als bedoeld in lid 2 ontvangt, onderzoekt het binnen een redelijke termijn of deze aanbeveling in overeenstemming is met deze overeenkomst.
**4.** Wanneer het Handelscomité overeenkomstig lid 3 vaststelt dat bedoelde aanbeveling in overeenstemming met deze overeenkomst is, en de desbetreffende regelingen van de partijen voldoende met elkaar overeenkomen, onderhandelen zij via hun bevoegde instanties over een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen, teneinde deze aanbeveling ten uitvoer te leggen.
**5.** Ingevolge lid 4 bereikte overeenkomsten zijn in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van de WTO-overeenkomst, in het bijzonder artikel VII van de GATS.
TITEL IV › HOOFDSTUK 5 › AFDELING 1
Artikel 129
Wederzijdse erkenning
Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2024