**1.** De partijen erkennen internationale handel, productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen als hoofdelementen voor het beheer van het mondialiseringsproces, en herbevestigen hun verbintenis om de ontwikkeling van de internationale handel zodanig te bevorderen dat deze tot productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen leidt.
**2.** De partijen zullen waar nodig een dialoog aangaan en samenwerken op het gebied van handelsgerelateerde arbeidsvraagstukken van wederzijds belang.
**3.** Elke partij verbindt zich ertoe om internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen zoals vervat in de fundamentele overeenkomsten van de Internationale Arbeidsorganisatie, hierna „ILO” genoemd, op haar hele grondgebied te bevorderen en op doeltreffende wijze in haar wetgeving en praktijk ten uitvoer te leggen:
de vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve arbeidsovereenkomsten;
de uitbanning van alle vormen van dwangarbeid of verplichte arbeid;
de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid;
de uitbanning van discriminatie met betrekking tot werk en beroep.
**4.** De partijen wisselen informatie uit over hun respectieve situatie en vooruitgang met betrekking tot de ratificatie van de prioritaire ILO-overeenkomsten, alsmede van andere overeenkomsten die door de ILO als bijgewerkt zijn geclassificeerd.
**5.** De partijen benadrukken dat arbeidsnormen niet mogen worden gebruikt voor protectionistische handelsdoeleinden en dat bovendien het comparatieve voordeel van een partij in geen geval ter discussie mag worden gesteld.
TITEL IX
Artikel 269
Multilaterale arbeidsnormen en -overeenkomsten
Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2024