**1.** De partijen erkennen de waarde van internationale governance en overeenkomsten op milieugebied als antwoord van de internationale gemeenschap op mondiale of regionale milieuproblemen en benadrukken de noodzaak de wederzijdse ondersteuning van handel en milieu te versterken. In deze context gaan de partijen waar nodig een dialoog aan en werken ze samen met betrekking tot handelsgerelateerde milieuvraagstukken van wederzijds belang.
**2.** De partijen herbevestigen hun verbintenis om de volgende multilaterale milieuovereenkomsten daadwerkelijk in hun wetgeving en praktijk ten uitvoer te leggen: het Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken van 16 september 1987, het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan van 22 maart 1989, het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen van 22 mei 2001, de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten van 3 maart 1973, hierna „CITES” genoemd, het Verdrag inzake biologische diversiteit, het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid bij het Verdrag inzake biologische diversiteit van 29 januari 2000, het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering van 11 december 1997, hierna „Kyotoprotocol” genoemd, en het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel van 10 september 199880)Voor de toepassing van dit lid omvatten de genoemde multilaterale milieuovereenkomsten de protocollen, wijzigingen, bijlagen en aanpassingen die door de partijen zijn geratificeerd..
**3.** Het Handelscomité kan aanbevelen de toepassing van lid 2 op voorstel van het subcomité Handel en duurzame ontwikkeling uit te breiden naar andere multilaterale milieuovereenkomsten.
**4.** Niets in deze overeenkomst beperkt het recht van een partij om maatregelen vast te stellen of te handhaven teneinde de in lid 2 genoemde overeenkomsten uit te voeren. Deze maatregelen worden niet zodanig toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verkapte beperking van de handel vormen.
TITEL IX
Artikel 270
Multilaterale milieunormen en -overeenkomsten
Onderdeel van Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2024