De Verdragsluitende Partijen verplichten zich, alle geschillen van welken aard ook, die tusschen haar ontstaan en niet binnen redelijken tijd langs diplomatieken weg kunnen worden opgelost, en die niet met toestemming van beide Partijen aan het Internationaal Gerechtshof worden voorgelegd, volgens de bepalingen van dit Verdrag, hetzij aan een arbitrage- hetzij aan een verzoeningsprocedure te onderwerpen.
Geschillen, voor welker beslechting de Verdragsluitende Partij en door andere tusschen haar bestaande overeenkomsten aan een bijzondere procedure gebonden zijn, worden volgens de bepalingen dezer overeenkomsten behandeld.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Nederlandsch-Duitsch Arbitrage- en Verzoeningsverdrag· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 31 januari 1952