Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 3 worden op verlangen van een der Partijen aan de arbitrage-procedure onderworpen, die geschillen, waarbij de Partijen het onderling oneens zijn over een rechtsvraag, in het bijzonder die geschillen, welke betrekking hebben op:
ten eerste: inhoud, uitlegging en toepassing van een tusschen de beide Partijen gesloten Verdrag;
ten tweede: ieder punt van internationaal recht;
ten derde: het bestaan van een feit, dat, wanneer het werd vastgesteld, zou inhouden de schending van een internationale verplichting;
ten vierde: omvang en aard van de vergoeding in geval van zulk een schending.
Wanneer er tusschen de Partijen meeningsverschillen bestaan over de vraag of een geschil tot de hierboven omschreven soorten behoort, dan wordt over deze voorafgaande vraag door de arbitrage-procedure beslist.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Nederlandsch-Duitsch Arbitrage- en Verzoeningsverdrag· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 14 augustus 1927