De door misdrijf verkregen goederen, welke op en bij den opgeëischte in beslag mochten zijn genomen, of welke deze zou verborgen hebben en die later mochten zijn ontdekt; de gereedschappen en werktuigen waarvan bij zich mocht bediend hebben tot het plegen van het misdrijf, alsmede alle andere stukken van overtuiging zullen te gelijker tijd als de opgeëischte worden overgegeven, indien de opeischende Regeering daartoe aanvrage doet en indien de bevoegde macht van den Staat, waaraan de uitlevering wordt aangevraagd, de overgave daarvan heeft bevolen.
Intusschen worden de rechten van derden op de gezegde goederen voorbehouden, welke hun, na afloop van het geding, kosteloos zullen moeten worden teruggegeven.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 1898