Indien de opgeëischte persoon vervolgd wordt of straf ondergaat wegens een ander feit dan dat, op grond waarvan de aanvrage tot uitlevering is geschied, zal hij slechts uitgeleverd worden na afloop van het eindvonnis in het land, waaraan de uitlevering is aangevraagd, en, ingeval van veroordeeling, nadat hem de hem opgelegde straf zal hebben ondergaan of hem daarvan gratie zal zijn verleend.
Indien evenwel volgens de wetten van het land, dat de uitlevering aanvraagt, dat tijdsverloop de verjaring der vervolging tengevolge zou kunnen hebben, zal zijne uitlevering worden toegestaan, tenzij er bijzondere redenen zich tegen mochten verzetten, en onder gebondenheid tot terugzending van den uitgeleverde, zoodra de vervolging in genoemd land zal zijn afgeloopen.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 1898