Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 20 februari 1898

De persoon, wiens uitlevering is toegestaan, zal niet mogen worden vervolgd of gestraft ter zake van staatkundige misdrijven gepleegd vóór zijne uitlevering, noch ter zake van feiten met deze misdrijven samenhangende. Hij zal niet mogen worden veroordeeld noch gestraft in het land, waaraan de uitlevering is toegestaan, ter zake van eenig strafbaar feit niet in het tegenwoordig verdrag vermeld, noch aan een derden Staat mogen worden uitgeleverd zonder de toestemming van het land, dat hem heeft uitgeleverd. Deze beperkingen zullen niet toepasselijk zijn, wanneer de uitgeleverde persoon gedurende drie maanden, na de hem opgelegde straf te hebben ondergaan of na daarvan gratie te hebben verkregen en in vrijheid te zijn gesteld, in het land, waar hij veroordeeld werd, gebleven is; of wanneer hij later is teruggekeerd op het grondgebied van den opeischende Staat. De personen, veroordeeld wegens feiten, welke volgens de wetgeving van den opeischenden Staat, met den dood gestraft worden, zullen slechts worden uitgeleverd onder voorwaarde dat gezegde straf hun niet zal worden opgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel