In de gevallen, waarin overeenkomstig de bepalingen van de tegenwoordige overeenkomst, de uitlevering niet behoort te worden toegestaan, zal de opgeeischte persoon, indien er grond toe bestaat, gevonnisd worden door de rechtbanken van het land, waaraan de uitlevering is aangevraagd en volgens de wetten van dien Staat. Het eindvonnis zal behooren te worden medegedeeld aan de Regeering, die de uitlevering had verzocht.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 1898