Indien de persoon wiens uitlevering overeenkomstig de tegenwoordige conventie door een der contracteerende partijen is aangevraagd, eveneens wordt opgevorderd door een of meerdere andere Regeeringen ter zake van feiten op hun wederzijdsch grondgebied gepleegd, zal de uitlevering worden toegestaan aan dengene, op wiens grondgebied het zwaarste feit volgens de wetgeving van het land, waaraan de uitlevering is aangevraagd, zal zijn gepleegd, en, ingeval van gelijke zwaarte, aan dengene, die het eerst de aanvrage tot uitlevering zal hebben ingediend.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 1898