Indien de opgeëischte persoon geen onderdaan is van het opeischende land en de Regeering van zijn eigen land hem opvordert ter zake van hetzelfde feit, zal de Regeering, aan welke de uitlevering is aangevraagd, de bevoegdheid hebben dien persoon uit te leveren aan dengenen aan wien zij het passend zal achten.
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 1898