**1.** De onderdanen van elke der Hooge Verdragsluitende Partijen zullen op het grondgebied der andere Partij in alle opzichten en in het bijzonder voor wat betreft de vestiging en de uitoefening van den handel, de nijverheid en de scheepvaart, hunne roerende en onroerende goederen, hunne rechten en belangen, op minstens even gunstige wijze behandeld worden als de onderdanen der meestbegunstigde natie.
**2.** Het zal hun vrij staan, hunne zaken op het grondgebied der andere Partij te regelen, hetzij persoonlijk, hetzij door een tusschenpersoon van hun eigen keuze, zonder te dezen opzichte aan eenige andere beperkingen te zijn onderworpen dan die, vastgesteld bij de op dat grondgebied van kracht zijnde wetten en voorschriften. Zij zullen het recht hebben in rechte op te treden en vrijen toegang hebben tot de autoriteiten, mits zij zich onderwerpen aan de wetten des lands.
**3.** Zij zullen voor de uitoefening van hunnen handel, hunne nijverheid en hunne scheepvaart binnen het grondgebied der andere Partij geene andere of hoogere belasting, heffing of recht betalen dan die, welke aan de nationalen zijn of zullen worden opgelegd.
Artikel I
Artikel I
Onderdeel van Handelsverdrag tussen Nederland en Hongarije· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 27 februari 1926