Naar hoofdinhoud

Artikel II

Artikel II

Onderdeel van Handelsverdrag tussen Nederland en Hongarije· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 27 februari 1926

1. De naamlooze vennootschappen en andere vereenigingen op het gebied van handel, nijverheid of financiën, daaronder begrepen de scheepvaartmaatschappijen, die haar zetel hebben op het grondgebied van eene der Hooge Verdragsluitende Partijen en die, volgens de wetten dier Partij, op rechtsgeldige wijze daar zijn opgericht, zullen evenzeer bevoegd zijn om op het grondgebied der andere Partij al hare rechten te verdedigen en in het bijzonder in rechte op te treden, mits zij zich onderwerpen aan de daarop betrekking hebbende wetten en voorschriften, van kracht op het grondgebied dier andere Partij. 2. De toelating der hierboven bedoelde, op rechtsgeldige wijze op het grondgebied van een der Hooge Verdragsluitende Partijen opgerichte vennootschappen binnen het grondgebied der andere Partij zal geregeld worden overeenkomstig de wetten en voorschriften, welke op het grondgebied van den betrokken Staat van kracht zijn. 3. Alle eenmaal wettig gevestigde vennootschappen zullen in elk opzicht op den voet der meestbegunstigde natie worden behandeld.

Rechtspraak bij dit artikel