Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 9 oktober 1913

Alle artikelen die wettig mogen of zullen mogen worden ingevoerd in de havens van eene der Hooge Contracteerende Partijen door nationale schepen zullen eveneens in die havens mogen worden ingevoerd door schepen van de andere Contracteerende Partij, zonder te worden onderworpen aan andere of hoogere rechten of lasten, onder welken naam ook, dan die waaraan dezelfde artikelen zouden zijn onderworpen indien zij werden ingevoerd door nationale schepen. Deze wederkeerige gelijkheid van behandeling zal worden toegepast onverschillig of deze artikelen rechtstreeks komen uit de plaats van oorsprong dan wel uit eenig ander vreemd land. Er zal eveneens volkomen gelijkheid van behandeling zijn voor den uitvoer, zoodat dezelfde uitvoerrechten zullen worden betaald en dezelfde premien en drawbacks zullen worden verleend in het gebied en de bezittingen van elke der Contracteerende Partijen, bij den uitvoer van eenig artikel dat er wettig kan worden of zal kunnen worden uitgevoerd, onverschillig of die uitvoer geschiedt met Japansche schepen of met Nederlandsche schepen, en welke ook de plaats der bestemming zij, hetzij eene haven van de andere Partij hetzij eene haven van eene derde Mogendheid. Geschorst per 8 december 1941 (Trb. 1954/168). De schorsing is herroepen per 29 augustus 1953 (Trb. 1954/168).

Rechtspraak bij dit artikel