In alles wat betreft de plaatsing der schepen, hunne lading, hunne lossing in de territoriale wateren van de Hooge Contracteerende Partijen zal door de eene der Partijen aan de nationale schepen geen enkel voorrecht of faciliteit worden verleend, die, in gelijksoortige gevallen ook niet aan de schepen van het andere land zal worden verleend, daar het de wil der Contracteerende Partijen is dat op dit stuk de wederzijdsche vaartuigen op voet van volkomen gelijkheid worden behandeld.
Geschorst per 8 december 1941 (Trb. 1954/168). De schorsing is herroepen per 29 augustus 1953 (Trb. 1954/168).
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 9 oktober 1913