Naar hoofdinhoud
De Hooge verdragsluitende Partijen komen overeen, dat, wanneer het scheidsgerecht of het Permanente Hof van Internationale Justitie mocht verklaren, dat een beslissing of een maatregel, die door een rechterlijke of welke andere autoriteit ook van een der partijen in het geschil genomen of voorgeschreven is, geheel of gedeeltelijk in strijd is met het internationale recht en wanneer het grondwettelijk recht van die partij niet of slechts onvoldoende toelaat, dat de gevolgen van die beslissing of van dien maatregel te niet worden gedaan, er door het arbitraal of rechterlijk vonnis aan de benadeelde partijen een billijke vergoeding moet worden toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel