Wanneer, in geval van een der geschillen als bedoeld in artikel 2, de twee Partijen niet hun toevlucht hebben gezocht bij de Permanente Verzoeningscommissie, of wanneer deze laatste er niet in geslaagd is de Partijen te verzoenen, dan zal het geschil in gemeenschappelijk overleg, bij wege van een compromis worden onderworpen hetzij aan het Permanente Hof van Internationale Justitie, dat zal beslissen onder de voorwaarden en volgens de procedure vastgesteld door zijn Statuut, hetzij in de bijzondere gevallen, bedoeld in artikel 2, en wanneer één der Hooge verdragsluitende Partijen het vraagt aan een scheidsgerecht, dat zal beslissen onder de voorwaarden en volgens de procedure vastgesteld door het Haagsche Verdrag van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen.
Bij gebreke van overeenstemming tusschen de Partijen, in geval van een procedure voor een scheidsgerecht, over de aanwijzing der scheidsrechters, zal den President van den Zwitserschen Bond door de twee Partijen of door een van haar verzocht worden tot de noodige aanwijzingen over te gaan.
Wanneer binnen een tijdsverloop van drie maanden na de samenstelling van het scheidsgerecht, geen compromis is gesloten, zal het geschil bij verzoekschrift van een der Partijen voor dat scheidsgerecht worden gebracht.
Indien geen der twee Hooge verdragsluitende Partijen gevraagd heeft dat de vraag zou worden voorgelegd aan een scheidsgerecht en bij gebreke aan overeenstemming tusschen de Partijen over de bewoordingen van het compromis, zal de een of de andere van haar, na een mededeeling die twee maanden van te voren moet zijn gedaan, de bevoegdheid hebben de vraag bij verzoekschrift rechtstreeks voor het Permanente Hof van Internationale Justitie te brengen.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verdrag tussen Nederland en Polen tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 26 februari 1931