Alle vragen waarover de Hooge verdragsluitende Partijen verdeeld mochten zijn, zonder die op vriendschappelijke wijze te kunnen oplossen volgens de gewone diplomatieke wegen, zullen, wanneer het vragen betreft waarvan de oplossing niet zou kunnen worden gezocht door een uitspraak als voorzien in artikel 2 van dit Verdrag, en wanneer daarvoor niet reeds een procedure tot oplossing is voorzien door een verdrag of overeenkomst, tusschen Partijen van kracht, worden onderworpen aan de Permanente Verzoeningscommissie die belast zal zijn om aan de Partijen een aannemelijke oplossing voor te stellen en in ieder geval om haar een verslag aan te bieden.
Bij gebreke van overeenstemming tusschen de Partijen omtrent het verzoek tot de Commissie te richten, zal de een of de andere van haar de bevoegdheid hebben de vraag rechtstreeks aan die Commissie voor te leggen, na daarvan een maand van te voren kennis te hebben gegeven.
In alle gevallen zal, wanneer er strijd tusschen de Partijen is over de vraag of het geschil al of niet de natuur heeft van een geschil als bedoeld in artikel 2 en derhalve zou kunnen worden opgelost door een uitspraak, die strijd, vóór elke procedure voor de Permanente Verzoeningscommissie, worden voorgelegd aan de beslissing van het Permanente Hof van Internationale Justitie, krachtens onderling overleg tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen of bij gebreke van overeenstemming op het verzoek van een van haar.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verdrag tussen Nederland en Polen tot beslechting van geschillen door rechtspraak, arbitrage en verzoening· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 26 februari 1931