**1.** De onderdanen van elk der Hooge Verdragsluitende Partijen zullen op het grondgebied der andere Partij in alle opzichten en in het bijzonder voor wat betreft de vestiging en de uitoefening van den handel, de nijverheid en de scheepvaart, hunne rechtspositie, hunne roerende en onroerende goederen, hunne rechten en belangen, op even gunstige wijze behandeld worden als de onderdanen der meest-begunstigde natie.
**2.** Het zal hun vrij staan, hunne zaken op het grondgebied der andere Partij te regelen, hetzij persoonlijk, hetzij door een tusschen persoon hunner keuze, zonder te dezen opzichte aan eenige andere beperkingen te zijn onderworpen dan die, vastgesteld bij de op dat grondgebied van kracht zijnde wetten en voorschriften.
**3.** Zij zullen voor de uitoefening van hunnen handel, hunne nijverheid en hunne scheepvaart binnen het grondgebied der andere Partij geene andere of hoogere belasting, heffing of rechten betalen dan die, welke aan de nationalen opgelegd worden.
Artikel I
Artikel I
Onderdeel van Handelsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechoslowaakse Republiek, met Protocol· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 31 oktober 1924