Naar hoofdinhoud

Artikel II

Artikel II

Onderdeel van Handelsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechoslowaakse Republiek, met Protocol· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 31 oktober 1924

1. De naamlooze en andere vennootschappen op het gebied van handel, nijverheid of financiën, daaronder begrepen de scheepvaart-maatschappijen, die haar zetel hebben op het grondgebied van eene der Hooge Verdragsluitende Partijen en die, volgens de wetten dier Partij, op rechtsgeldige wijze daar zijn opgericht, zullen evenzeer bevoegd zijn om op het grondgebied der andere Partij haar rechten te verdedigen en in het bijzonder in rechte op te treden, hetzij als eischeressen, hetzij als gedaagden, mits zij zich onderwerpen aan de daarop betrekking hebbende wetten en voorschriften, van kracht op het grondgebied dier andere Partij. 2. De toelating der hierboven bedoelde, op rechtsgeldige wijze op het grondgebied van een der Hooge Verdragsluitende Partijen opgerichte vennootschappen, die na het van kracht worden van dit verdrag hare werkzaamheden willen uitstrekken over het grondgebied der andere Partij en die daartoe eene bijzondere machtiging mochten behoeven, zal geregeld worden overeenkomstig de wetten en voorschriften, welke op het grondgebied van dien Staat van kracht zijn, met dien verstande evenwel, dat de toelating van banken en verzekeringmaatschappijen zal zijn onderworpen aan de daarop betrekking hebbende bijzondere wetten en reglementen van den desbetreffenden Staat. 3. Alle eenmaal wettig gevestigde vennootschappen zullen in elk opzicht op den voet der meestbegunstigde natie worden behandeld.

Rechtspraak bij dit artikel