**§ 1.** De visscherij in de Maas, voor zoo verre deze rivier de grens uitmaakt, zal gemeen zijn, en verpacht worden ten voordeele der beide Staten. De visch die in dezelve gevangen wordt is vrij van regten in de beide landen. De opbrengst der pachtgelden zal ieder jaar verdeeld worden.
De verpachtingen zullen, bij afwisseling, in het eene of het andere land geschieden, volgens een te bepalen bestek der voorwaarden, en voor eenen met wederzijdsch overleg der beide administratien vast te stellen termijn.
**§ 2.** Onverminderd de bepalingen van § 6 van artikel 10, is men desniettemin overeengekomen, dat de administratien der beide Staten, met gemeen overleg, het aanleggen van visscherijen, door middel van weren, kunnen veroorloven op de plaatsen waar dezelve geene verandering van den Thalweg, noch schade aan de oevers veroorzaken kunnen.
**§ 3.** De administratien der beide landen zullen zich verstaan omtrent de uitvoering der bepalingen van het tegenwoordig artikel.
AFDEELING I › Paragraaf
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de grensscheiding, met Reglement voor het plaatsen van grenspalen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1977