Naar hoofdinhoud

AFDEELING III › Paragraaf

Artikel 34

Artikel 34

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de grensscheiding, met Reglement voor het plaatsen van grenspalen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 1983

Voortaan, en in het belang van beide Staten, zal er geen gebouw of woonhuis hoegenaamd opgerigt mogen worden, ten zij hetzelve op eenen afstand van 10 ellen (mètres) van de grenslijn gelegen zij, of van slechts 5 ellen (mètres) afstand van eenen weg of eene dreef, wanneer die weg of dreef gemeen is, en de grenslijn door het middenpunt derzelve gevormd wordt. Van dezen maatregel zijn uitgezonderd de fabrieken welker oprigting aan een stroomend water, grensscheiding daarstellende, mogt toegestaan worden. Gemelde bepaling is ook niet toepasselijk op de gebouwen welke langs de gedeelten der grensscheiding, vermeld bij de hier achter te noemen plaatsen, mogten worden opgerigt, te weten; Te Ulvend, op eenen afstand van honderd vijftig ellen (mètres) ten oosten, en van negentig ellen (mètres) ten westen van den grenssteen n°. 21; Te Smeermaas, tusschen de grenssteenen nis. 105 en 106; Te Putte, op eenen afstand van vier honderd vijftig ellen (mètres) ten oosten, en van honderd ellen (mètres) ten westen van den grenssteen n°. 257; Aan den Canter, op twee honderd ellen (mètres) ter regter en ter linker zijde des grenssteens n°. 271; Te Koewagt, op vijf en zeventig ellen (mètres) ten oosten, en op honderd vijftig ellen (mètres) ten westen van den grenssteen n°. 289; Te Overslag, van den grenssteen n°. 297 tot vier honderd vijftig ellen (mètres) voorbij den grenssteen n°. 300; Aan den Stuiver, van den grenssteen n°. 309 tot vijf en zeventig ellen (mètres) voorbij den grenssteen n°. 310; Aan den Posthoorn, van den grenssteen n°. 319 tot aan den kleinen die op denzelven volgt; Te Bouchaute, van den kleinen grenssteen welke dien onder n°. 321 voorafgaat, tot aan den grenssteen n°. 322; Aan de Maagd van Gent, op eenen afstand van honderd ellen (mètres) ten oosten, en van tachtig ellen (mètres) ten noorden van den grenssteen n°. 325; Aan het Mollekot, op eenen afstand van vijftig ellen (mètres) ter regter- en ter linker zijde van den grenssteen n°. 326; en te Eede, op eenen afstand van honderd vijf en zeventig ellen (mètres) ten oosten, en van vijftig ellen (mètres) ten westen van den grenssteen n°. 349. De bevoegde autoriteiten van beide Staten kunnen, in gemeen overleg, vergunningen verlenen die verdere afwijkingen toestaan van datgene wat wordt bepaald in de eerste alinea, op voorwaarde dat het toezicht aan de grens op voldoende wijze kan blijven worden uitgeoefend.

Rechtspraak bij dit artikel