Naar hoofdinhoud

AFDEELING III › Paragraaf

Artikel 37

Artikel 37

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de grensscheiding, met Reglement voor het plaatsen van grenspalen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 3 oktober 1843

Overeenkomstig artikel 19 van het tractaat van den 19den April 1839, hebben de gemengde eigenaren, en diegene wier eigendommen door de grenslijn doorsneden zijn, het genot der voordeelen, bij de bepalingen van de artikelen 11 tot en met 21 van het tractaat tusschen Oostenrijk en Rusland, op 3 Mei 1815 gesloten, verleend; luidende die artikelen als volgt: » Een ieder, die goederen onder meer dan eene heerschappij gelegen, bezit, is verpligt, binnen den loop van een jaar, te rekenen van den dag waarop het tegenwoordige tractaat zal bekrachtigd zijn, eene schriftelijke verklaring, voor de overheid der naastbij gelegene stad, of wel voor den kapitein van het meest naburige arrondissement (districts-commissaris), of voor de naastbij te vinden burgerlijke overheid in het land dat hij gekozen heeft, af te leggen, van de vaste woonplaats welke hij zal hebben gekozen. » Deze verklaring, welke de bovengemelde overheids-persoon, of andere autoriteit, aan het opperbestuur der provincie zal moeten opzenden, maakt hem, wat zijn persoon en huisgezin aangaat, uitsluitend tot onderdaan van den vorst in wiens staten hij zijne woonplaats heeft gevestigd. » Wat minderjarigen, of andere onder voogdij of curateele staande personen aangaat, zullen de voogden of curators gehouden zijn, binnen den bepaalden termijn, de noodige verklaring te doen. » Indien eenig gemengd eigenaar verzuimd had, ten einde van den voorschreven termijn van een jaar, de verklaring van zijne vaste woonplaats te doen, zal hij bechouwd worden als onderdaan van de mogendheid in wier staten hij zijne laatste woonplaats had; moetende, in dit geval, zijn stilzwijgen als eene stilzwijgende verklaring beschouwd worden. » Ieder gemengd eigenaar die zijne vaste woonplaats eens verklaard zal hebben, zal desniettemin de bevoegdheid behouden, gedurende den tijd van acht jaren, te rekenen van den dag der bekrachtiging van het tegenwoordige tractaat, om onder eene andere heerschappij over te gaan, door het maken van eene nieuwe verklaring van vaste woonplaats, en het vertoonen der toestemming van de mogendheid onder wier bestuur hij zich vestigen wil. » De gemengde eigenaar die zijne verklaring van vaste woonplaats gedaan heeft, of verondersteld wordt gedaan te hebben, overeenkomstig de bepalingen van artikel XIII, is niet verpligt om, te eeniger, tijd zich te ontdoen van de bezittingen, welke hij mogt hebben in de Staten van een' Vorst wiens onderdaan hij niet is. Hij zal, ten opzigte van zijne eigendommen , al de regten genieten die aan het bezit verknocht zijn. Hij zal derzelver inkomsten kunnen verteren in het land waar hij zijne vaste woonplaats gekozen zal hebben, zonder eenige aftrekking bij de uitvoering derzelve te ondergaan. Hij zal diezelfde bezittingen kunnen verkoopen, en het beloop hiervan kunnen uitvoeren, zonder aan eenige terughouding onderhevig te zijn. » De voorregten, in het voorgaande artikel vermeld, ten opzigte van het niet inhouden, strekken zich echter alleen tot die goederen uit, welke de bedoelde eigenaar op het oogenblik der bekrachtiging van het tegenwoordige tractaat bezit. » Dezelfde voorregten zijn echter van toepassing op alle aanwinsten, in een der beide Rijken verkregen door erfenis, huwelijk, of schenking van een goed dat, op het tijdstip der bekrachtiging van het tegenwoordig tractaat, laatstelijk aan eenen gemengden eigenaar toebehoorde. » In geval dat aan iemand, thans alleen in een der beide gouvernementen bezittingen hebbende, eenig fortuin, bij wijze van erfenis, van making, van schenking of van huwelijk, te beurt viel in het ander gouvernement, zal hij met den gemengden eigenaar gelijk gesteld worden, en gehouden zijn, binnen den voorgeschreven tijd, de verklaring van zijne vaste woonplaats te doen. Deze tijd van één jaar, zal beginnen te loopen van den dag, dat hij het wettige bewijs van zijne aanwinst zal hebben ingeleverd. » Het zal den gemengden eigenaar of zijnen gevolmagtigden, vrijstaan, zich, te allen tijde, van de eene zijner bezittingen naar de andere te begeven, en, te dien einde, is beider hoven wil, dat de bestuurder der naastbij gelegene provincie de noodige passen, ten verzoeke van partijen, uitlevere. Deze passen zullen voldoende zijn om van het eene gouvernement naar het andere over te gaan, en zullen wederzijds erkend worden. » De eigenaren wier bezittingen door de grenslijn doorsneden zijn, zuilen, met betrekking tot gemelde bezittingen, volgens de meest vrijgevige beginselen behandeld worden. » Deze gemengde eigenaren, hunne dienstboden, en de inwoners zullen het regt hebben van heen en weder te gaan met hunne voor den landbouw bestemde werktuigen, hun vee, hunne gereedschappen, enz. enz., van het eene gedeelte der aldus door de grenslijn doorsnedene bezittingen, naar het andere, zonder aanzien van het verschil van heerschappij; — van op gelijke wijze, van de eene plaats naar de andere te vervoeren, hunne oogsten, alle de voortbrengselen van den grond, hun vee en alle de voortbrengselen van hunne nijverheid, zonder passen noodig te hebben, zonder belemmeringen, zonder leenschatting en zonder eenig regt hoegenaamd te betalen. » Deze gunst strekt zich echter niet verder uit, dan tot de voortbrengselen der natuur of van nijverheid, in het aldus door de grenslijn doorsneden grondgebied. » Op gelijke wijze, strekt dezelve zich alleen uit tot de aan denzelfden eigenaar toebehoorende landerijen, in den bepaalden omtrek van eene mijl, van vijftien in den graad, aan wederzijde, en welke door de grenslijn doorsneden geworden zijn. » De onderdanen, zoo van de eene als van de andere der beide mogendheden, met name, de geleiders van kudden vee en herders, zullen bij voortduring de regten, vrijdommen en voorregten waarvan zij vroeger het genot hadden, blijven genieten. » Er zal, insgelijks, geenerlei belemmering in den weg gelegd worden, aan het dagelijksch grensverkeer, tusschen de grensbewoners, (in het Hoogduitsch: Grenzverkehr).”

Rechtspraak bij dit artikel