Naar hoofdinhoud

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 7 augustus 1816

Deze exploitatie van steenkolen aan het Koningrijk der Nederlanden behoorende, zal bovendien de volgende voorregten of gunsten genieten: al de steenkolen die daaruit naar de provincie Luik of eenig ander Nederlandsch gewest, verzonden worden, en over het Pruissisch grondgebied zouden moeten vervoerd worden, zullen noch aan eenig in- of uitgaand-, noch zelfs aan eenig doorvoerregt kunnen onderworpen worden; het zal voldoende zijn met een bewijs van den Directeur der kolenmijn voorzien te zijn. Deze exploitatie zal het regt genieten, om, bij de verkoopingen in het Steinbosch, een boschje aan particulieren toebehoorende, hout tot schoren te koopen en hetzelve, vrij van regten, uit te voeren. Dit voorregt zal zich insgelijks uitstrekken tot andere mijn-exploitatien van particulieren, welke in de gemeente Kerkraede, of in andere daaromtrent gelegene, mogten bestaan. De Nederlandsche Regering zal op de Worms, in de gansche uitgestrektheid der afgestane gedeelten, zoodanige waterwerken kunnen daarstellen, als het zal goedvinden, hetzij tot de kolendelving, hetzij tot het uitpompen van het water. Het Pruissische Gouvernement zal niets kunnen veranderen noch vernieuwen aan den tegenwoordigen staat van de Worms, hetgeen aan de door het Gouvernement der Nederlanden gemaakte of nog te maken werken schade zoude kunnen toebrengen.

Rechtspraak bij dit artikel