Volgens art. 22 van het Akensche grenstractaat en het algemeen proces-verbaal van Emmerik, zijn de grenzen tusschen Nederland en Pruissen in de ruimte tusschen de dubbele grenspalen 238 tot de dubbele grenspalen 239 aangeduid door het midden der bedding van de Worms.
De oevers dier rivier zijn op vier verschillende plaatsen doorgraven geworden, aangeduid onder de letters a, b, c en d op de kaart n°. I bij dit verdrag gevoegd, overeenkomstig deszelfs art. 7, en de verplaatsing van den waterloop, die daardoor ontstaan is, heeft feitelijk de veranderingen van grondgebied ten gevolge gehad, waarvan de beschrijving volgt:
bij punt a, tusschen de gemeente Merkstein, district Aken, en de gemeente Kerkrade, hertogdom Limburg, zijn het weiland, gelegen nabij de Marienthaler Hütte, toebehoorende aan de Maatschappij Bergisch-Märkische-Eisenbahn-Gesellschaft, en vermeld in sectie B, n°, 2782, van het Nederlandsche kadaster, alsmede de helft van de bedding der Worms, welke dit weiland bespoelde, overgegaan van den linker op den regter oever der rivier. Zij zijn derhalve, volgens de bepalingen van het verdrag van Aken, feitelijk losgerukt van het grondgebied der Nederlanden en toegevoegd aan dat van Pruissen;
bij punt b, tusschen de Pruissische gemeente Rimburg en de Nederlandsche gemeente Eygelshoven, zijn een gedeelte van het weiland, vermeld in sectie A, n°. 6, van het Nederlandsche kadaster, toebehoorende aan den heer VAN KESTEREN, grondeigenaar te Rimburg, alsmede de helft van de bedding der Worms, op dezelfde wijze overgegaan van het grondgebied der Nederlanden tot dat van Pruissen;
bij punt c, tusschen de Pruissische gemeente Rimburg en de Nederlandsche gemeente Ubach over Worms, zijn het weiland, toebehoorende aan den heer FRANS ANTON CORNELY te Bruchhausen, een gedeelte uitmakende van het grondstuk dat bij het Pruissische kadaster bekend staat als Flur II, n°. 627, alsmede de helft van de bedding der Worms, in tegenovergestelden zin, overgegaan van het grondgebied van Pruissen tot dat der Nederlanden:
en bij punt d, tusschen de Nederlandsche en Pruissische gemeente Rimburg, bij het kasteel van dien naam, zijn het grondstuk als weiland gebezigd, toebehoorende aan bovengenoemden heer VAN KESTEREN en vermeld in sectie B, n°. 571, van het Nederlandsche kadaster, alsmede de helft van de bedding der Worms, overgegaan, zoo als boven gezegd is, van het grondgebied der gemeente Rimburg, Koningrijk der Nederlanden, tot het grondgebied der gemeente Rimburg, Koningrijk Pruissen.
De gevolmagtigden der beide Staten zijn overeengekomen, dat, niettegenstaande deze onregtmatige veranderingen, het midden der Worms, volgens den tegenwoordigen loop dezer rivier, zoo als hij op de hierbij gevoegde kaart is aangegeven, zal voortgaan de grens der beide landen te vormen tusschen de dubbele palen 238 en 239.
Volgens de opmetingen der Pruissische landmeters zou Pruissen, door deze bepaling, eene aanwinst van grondgebied doen, te weten: bij punt a, van 134 vierkante roeden en 30 vierkante voeten, bij punt b, van 2 morgen, 129 vierkante roeden en 10 vierkante voeten en bij punt d, van 56 vierkante roeden en 33 vierkante voeten. Daarentegen zou Het bij punt c eene oppervlakte verliezen van 147 vierkante roeden en 50 vierkante voeten, en zoude, bij slot van rekening, eene aanwinst van grondgebied doen van twee morgen, honderd twee en zeventig vierkante roeden en drie en twintig vierkante voeten, of in metrieke maat van vijf en zeventig Nederlandsche vierkante roeden en twee en veertig Nederlandsche vierkante ellen.
Volgens de Nederlandsche gegevens zoude die aanwinst slechts zijn van twee en zeventig Nederlandsche vierkante roeden en twintig Nederlandsche vierkante ellen, hetgeen in Pruissische maat gelijk staat met twee morgen, honderd acht en veertig vierkante roeden en negentig vierkante voeten.
Dit verschil in de berekening der deskundigen spruit voort uit de ontoereikendheid der thans nog bestaande grensteekens, en aangezien herhaalde opmetingen de onzekerheid niet hebben opgelost, zoo zijn de gevolmagtigden overeengekomen het bedrag der uitkomsten van de beiderzijds gedane opmetingen te vergelijken en zich te houden aan het bedrag verkregen door de rekenkunstige deeling van het verschil: dien ten gevolge hebben zij den inhoud van het grondgebied, dat Pruissen aanwinst — de tegenwoordige bedding der Worms aannemende als grens der beide Staten tusschen de palen 238 en 239 — berekend op drie en zeventig Nederlandsche vierkante roeden en een en tachtig Nederlandsche vierkante ellen, hetgeen in Pruissische maat gelijk staat met twee morgen, honderd zestig vierkante roeden en zes en vijftig vierkante roeden.
Ten einde de voorkomen, dat in het vervolg de als grens aangenomen bedding der Worms verlegd worde buiten de medewerking en de goedkeuring der beide Regeringen, zullen de besturen der aangrenzende gemeenten worden aangeschreven de noodige maatregelen te nemen, om de uitvoering van art. 27, alin. 2, van het tractaat van 26 Junij 1816 te verzekeren.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen omtrent de grensscheiding tussen de beide Rijken op enige punten langs de provincie Limburg en het district Aken· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 18 juni 1869