Naar hoofdinhoud
Tusschen de gemeenten Gangelt (Koningrijk Pruissen) en Schinveld (Koningrijk der Nederlanden) wordt, tusschen den paal 263, in de nabijheid der voormalige schuur van PIETER COENEN, tot aan paal 266, de grenslijn tusschen beide Staten, volgens het algemeen proces-verbaal van Emmerik, gevormd door eene strook lands, Viehweg of Veeweg genaamd. De ongelijke breedte van dien tusschenliggenden grond heeft van beide kanten gelegenheid gegeven tot onregtmatige toeëigeningen door de aangrenzende eigenaars en dien ten gevolge tot onzekerheid omtrent de grenslijn. De grenzen der Staten tusschen bovengemelde palen zullen voortaan op eene meer duidelijke wijze worden aangewezen door de middellijn van een weg, die op gemeenschappelijke kosten van beide Staten zal aangelegd worden, op de gemelde strook lands ter breedte van tien ellen. De middellijn van dien weg is vastgesteld geworden met behulp van de kadastrale kaarten van beide landen, en de bestaande grenslijn van beide Staten is behouden gebleven, zoodat er geen ruiling van grondgebied heeft plaats gehad. De door de gevolmagtigden erkende middellijn is op het terrein aangewezen door middel van achttien voorloopige staken, gemerkt 263a—263g, 264a—264g en 265a—265d, te vervangen door steenen aan de oppervlakte van den grond, en voorzien van dezelfde nommers en letters. De dubbele palen 264 blijven op hunne plaats; de voorloopig gestelde staken, de nommers 263, 265 en 266 dragende, wijzen op het terrein de buitenzijden aan van den afgeteekenden weg en de plaatsen, welke voortaan de dubbele palen, diezelfde nommers dragende, zullen innemen. De plaatsen, door het tegenwoordige verdrag aangewezen voor de vier dubbele palen en de tusschenliggende steenen, zijn op kaart n°. II aangeduid door de letters: r voor n°. 263, hI ” ” 264, qI ” ” 265, vI ” ” 266, en door de nommers 263a—263g, 264a—264g en 265a—265d voor de achttien tusschenliggende steenen. De middellijn van den weg en bij gevolg de grens wordt, over de geheele lengte, gevormd door de regte lijnen, getrokken uit het middenpunt tusschen de voorloopige dubbele staken 263 naar den voorloopigen staak 263a, van dezen naar den voorloopigen staak 263b, en zoo vervolgens tot het middenpunt tusschen voorloopige dubbele staken 266.

Rechtspraak bij dit artikel