De waterloozingen, welke tegenwoordig op wederzijdsch grondgebied bestaan, zullen insgelijks voor 't vervolg bewaard blijven, en zal men geenerlei schikking vermogen te maken, welke aan den afloop der binnenwateren zoude kunnen hinderlijk zijn.
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 december 1816