De veeren, welke thans op den Rijn bestaan, zullen in hunnen tegenwoordigen staat blijven. De bestaande regten zullen bij voortduring geheven worden voor rekening derzelfde Staten die thans in het genot zijn. — Men zal van weerskanten de bevoegdheid hebben om de werken aan den overliggenden oever, tot het gemakkelijk aanlanden der overvarenden noodzakelijk, aan te leggen en te onderhouden. Er zal geene nieuwe overvaart van de grenzen van Millingen aan de Waal tot aan Stokman aan den Mijn mogen worden daargesteld, zonder voorafgaand overleg en met gemeenschappelijk goedvinden der beide Mogendheden.
Artikel 32
Artikel 32
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 december 1816