Wanneer gemeenten of onderhoorigheden van gemeenten, door de grenslijn zullen doorsneden zijn, zal het actief en passief dier gemeenten, dat is te zeggen, hare gemeente-goederen, alsmede hare schulden, in dezelfde verhouding moeten gedeeld worden. Om die verhouding daar te stellen, zal tot grondslag genomen worden het beloop der grond- en personele belastingen te zamen, en indien de personele belasting aldaar niet bestond, de grondbelasting alleen. De gemeente-goederen en inkomsten, welke hoofdelijk, of volgens de haardsteden, onder de ingezetenen verdeeld moesten worden, zullen gedeeld worden volgens den grondslag alleen voor de jaarlijksche uitdeelingen aangenomen, ten ware er wezenlijk en van regtswege uitdeelingen van dien aard bestaan, met dien verstande evenwel, dat, na gemaakte verdeeling, deze goederen onderworpen zullen wezen aan de plaatselijke wetten van den nieuwen Staat, tot welke zij zullen behooren.
Het gedeelte van Zijfflich, alsmede de dorpen Kekerdom en Loeth, bij het tegenwoordig tractaat aan het Koningrijk der Nederlanden afgestaan, en een gedeelte van den Duffeltschen polder uitmakende, zullen gehouden zijn hun aandeel bij te dragen in de achterstallige schulden, door dien polder aangegaan, tot aan den dag der inbezitneming, bij art. 43 bepaald.
Artikel 36
Artikel 36
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 december 1816