Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India inzake de bevordering en bescherming van investeringen· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 december 1996

1. Geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag dienen, zo mogelijk, te worden beslecht door middel van onderhandelingen. 2. Indien een geschil tussen de Verdragsluitende Partijen niet kan worden beslecht, wordt het na zes maanden op verzoek van één van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen aan arbitrage. 3. Het scheidsgerecht bestaat uit drie scheidsmannen. Binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek om arbitrage benoemt elke Verdragsluitende Partij een scheidsman en binnen twee maanden daarna benoemen de twee scheidsmannen een derde scheidsman, die als voorzitter van het scheidsgerecht fungeert. 4. Indien de noodzakelijke benoemingen niet binnen de in het derde lid van dit artikel genoemde termijnen zijn verricht, kan één van beide Verdragsluitende Partijen, indien er geen andere afspraken zijn, de president van het Internationale Gerechtshof verzoeken de benoemingen te verrichten. Indien de president onderdaan is van één van beide Verdragsluitende Partijen of indien hij anderszins belet is om bedoelde functie te vervullen, wordt de vice-president verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de vice-president onderdaan is van één van beide Verdragsluitende Partijen of indien ook hij belet is om bedoelde functie te vervullen, wordt het lid van het Internationale Gerechtshof dat na hem het hoogst in anciënniteit is en dat geen onderdaan is van één van beide Verdragsluitende Partijen verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. 5. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor beide Verdragsluitende Partijen. Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten van haar eigen lid van het scheidsgerecht en van haar vertegenwoordiging in de arbitrageprocedure, alsmede de helft van de kosten van de voorzitter en de overige kosten. Het scheidsgerecht kan evenwel in zijn beslissing bepalen dat door één van de twee Verdragsluitende Partijen een groter gedeelte van de kosten wordt gedragen. Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedure en de toe te passen rechtsregels vast.

Rechtspraak bij dit artikel