**1.** Een geschil tussen een investeerder van de ene Verdragsluitende Partij en de andere Verdragsluitende Partij in verband met een investering op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wordt, voor zover mogelijk, in der minne geschikt door middel van onderhandelingen tussen de partijen bij het geschil. De partij die voornemens is een dergelijk geschil door middel van onderhandelingen op te lossen, doet de andere partij kennisgeving van haar voornemen.
**2.** Indien het geschil niet op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde wijze kan worden opgelost binnen drie maanden na de datum van de kennisgeving ter zake, kan het geschil worden voorgelegd ter conciliatie in overeenstemming met het conciliatiereglement van 1980 van de Commissie inzake Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Naties (UNCITRAL), indien beide partijen bij het geschil daarmee instemmen.
**3.** Indien één van beide partijen bij het geschil niet met conciliatie instemt binnen een maand na de voorlegging ter conciliatie, of indien het geschil wordt voorgelegd ter conciliatie, maar de conciliatieprocedure op een andere wijze wordt beëindigd dan met de ondertekening van een schikkingsovereenkomst, of indien het geschil niet voor internationale conciliatie wordt voorgelegd, kan het geschil als volgt worden onderworpen aan arbitrage:
indien de Verdragsluitende Partij van de investeerder en de andere Verdragsluitende Partij beide partij zijn bij het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen Staten en onderdanen van andere Staten van 1965 en beide partijen bij het geschil er schriftelijk mee instemmen het geschil voor te leggen aan het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (ICSID), kan een dergelijk geschil aan het Centrum worden voorgelegd; of
indien beide partijen bij het geschil daarmee instemmen, overeenkomstig de regels betreffende de Aanvullende Voorziening voor de toepassing van conciliatie-, arbitrage- en onderzoeksprocedures; of
indien de in letter a en b hierboven beschreven handelwijze niet wordt gevolgd, wordt het geschil door één van de partijen bij het geschil voorgelegd aan een scheidsgerecht ad hoc in overeenstemming met het arbitragereglement van 1976 van de Commissie inzake Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL), indien de investeerder daarmee instemt.
**4.** Ten aanzien van een arbitrageprocedure uit hoofde van het derde lid, letter c, van dit artikel, is het volgende van toepassing:
Het scheidsgerecht bestaat uit drie scheidsmannen. Elk partij kiest een scheidsman. De scheidsmannen worden benoemd binnen twee maanden na de datum waarop één van de partijen bij het geschil de andere partij in kennis stelt van haar voornemen het geschil aan arbitrage te onderwerpen. De twee scheidsmannen benoemen binnen twee maanden daarna in onderlinge overeenstemming een derde scheidsman, de voorzitter, die onderdaan van een derde Staat is.
Indien de noodzakelijke benoemingen niet binnen de in het vierde lid, onder i genoemde termijn zijn verricht, kan één van beide partijen, indien er geen andere afspraken zijn, de president van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
De scheidsrechterlijke uitspraak wordt gedaan in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen.
De beslissing van het scheidsgerecht is onherroepelijk en bindend en de partijen schikken zich in de uitspraak en houden zich daaraan.
Het scheidsgerecht vermeldt waarop zijn beslissing is gegrond en omkleedt deze met redenen op verzoek van één van beide partijen.
Elke betrokken partij draagt de kosten van haar eigen scheidsman en haar vertegenwoordiging in de arbitrageprocedure. De kosten van de voorzitter ter vervulling van zijn scheidsrechterlijke taak en de overige kosten van het scheidsgerecht worden in gelijke delen door de betrokken partijen gedragen. Het scheidsgerecht kan evenwel in zijn beslissing bepalen dat door één van de twee partijen een groter gedeelte van de kosten wordt gedragen; deze uitspraak is bindend voor beide partijen.
Artikel 9
Investeringsgeschillen
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India inzake de bevordering en bescherming van investeringen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 december 1996