Overeenkomstig de bepalingen, vervat in de artt. II en III, verklaart Zijne Majesteit de Koning van Pruissen, dat zijne troepen, tegenwoordig in bezetting liggende in de vesting Luxemburg, het bevel zullen ontvangen om tot de ontruiming van die plaats over te gaan, onmiddellijk na de uitwisseling der ratificatien van het tegenwoordige verdrag. Men zal gelijktijdig beginnen met het doen terugtrekken van het geschut, van den krijgsvoorraad en van al de voorwerpen, die deel uitmaken van de uitrusting der gezegde versterkte plaats.
Gedurende dat men daarmede bezig is, zal er slechts achterblijven zoodanig aantal troepen als noodig is, om te waken voor de veiligheid van het oorlogsmaterieel en om de expeditie daarvan te bewerkstelligen, welke binnen de kortst mogelijke tijdsruimte zal moeten afgeloopen zijn.
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Verdrag tot herziening van het Tractaat van 19 april 1839, voor zoveel het Luxemburg betreft· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 31 mei 1867