Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Prinsdom Monaco tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 8 oktober 1894

De Regeering der Nederlanden en de Regeering van Monaco verbinden zich, volgens de voorschriften bij de volgende artikelen vastgesteld, met uitzondering hunner onderdanen, wederkeerig aan elkander uit te leveren de personen, welke veroordeeld of beklaagd zijn ter zake van een der feiten hieronder vermeld, gepleegd buiten het grondgebied van den Staat aan welken de uitlevering wordt aangevraagd: aanslag tegen het leven van den regeerenden Vorst of van de leden van Zijne familie; doodslag of moord, kinderdoodslag of kindermoord; bedreigingen, schriftelijk en onder eene bepaalde voorwaarde gedaan; het opzettelijk veroorzaken van de afdrijving der vrucht van eene vrouw door haar zelve of door anderen; mishandeling die zwaar lichamelijk letsel of den dood ten gevolge heeft; mishandeling met voorbedachten rade of zware mishandeling; verkrachting; feitelijke aanranding van de eerbaarheid; het feit van buiten echt vleeschelijke gemeenschap te hebben met een meisje of eene vrouw beneden den leeftijd van zestien jaren of met eene vrouw boven dien leeftijd, wanneer de schuldige weet dat zij in staat van bewusteloosheid of onmacht verkeert; ontuchtige handelingen, wanneer de schuldige weet dat de persoon met welke hij ze pleegt in staat van bewusteloosheid of onmacht verkeert, of wanneer die persoon den leeftijd van zestien jaren niet heeft bereikt; verleiding van een persoon beneden dien leeftijd tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen of tot het hebben buiten echt van vleeschelijke gemeenschap met een derde; opwekking van minderjarigen tot het plegen van ontuchtige handelingen en iedere daad welke ten doel heeft de ontucht van minderjarigen te begunstigen; dubbel huwelijk; oplichting of wegvoering, verberging, wegmaking of onderschuiving van een kind; oplichting of wegvoering van minderjarigen; het namaken of vervalschen van muntspeciën of muntpapier met het oogmerk om die muntspeciën of dat muntpapier als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven of het opzettelijk in omloop brengen van valsche of vervalschte muntspeciën of muntpapier; het namaken of vervalschen van van rijkswege uitgegeven zegels en rijksmerken of van meesterteekenen, door de wet gevorderd; valschheid in geschrifte en het met opzet gebruik maken van het valsche of vervalschte geschrift; het in voorraad hebben of invoeren uit het buitenland van biljetten eener krachtens wettige verordeningen opgerichte circulatiebank met het oogmerk om die als echt en onvervalscht uit te geven, ingeval de dader, toen hij die stukken ontving, met de valschheid of vervalsching bekend was; meineed; omkooping van openbare ambtenaren; knevelarij; verduistering door ambtenaren of daarmede gelijkgestelden; opzettelijke brandstichting, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen of levensgevaar voor een ander te duchten is; brandstichting met het oogmerk om zich of een ander, ten nadeele van den verzekeraar of van den wettigen houder van een bodemerijbrief, wederrechtelijk te bevoordeelen; opzettelijke en wederrechtelijke vernieling van een gebouw hetwelk in zijn geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort of van een gebouw of getimmerte, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen of levensgevaar voor een ander te duchten is; openlijk geweld met vereenigde krachten tegen personen of goederen; het opzettelijk en wederrechtelijk doen zinken of doen stranden, vernielen, onbruikbaar maken of beschadigen van een schip, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is; muiterij en verzet van passagiers aan boord van een schip tegen den schipper en van mindere schepelingen jegens hunne meerderen in rang; het opzettelijk doen ontstaan van gevaar voor een spoortrein; diefstal; oplichting; misbruik van eene handteekening in blanco; verduistering; bedriegelijke bankbreuk. Onder de voorgaande qualificatiën zijn begrepen de poging en de medeplichtigheid, voor zoover zij strafbaar gesteld zijn bij de wetgeving van het land, aan hetwelk de uitlevering wordt gevraagd. Evenwel zal de uitlevering slechts plaats vinden voor zoover het strafbare feit op zoodanige wijze zal zijn gestaafd, dat volgens de wetten van het land, waar de vervolgde persoon zal gevonden zijn, zijne inhechtenisneming en zijne terechtstelling zouden veroorloofd zijn, bijaldien de misdaad of het misdrijf er gepleegd ware, en voor zooverre volgens die wetten zijne uitlevering niet verboden zij.

Rechtspraak bij dit artikel