De uitlevering zal geen plaats hebben:
ingeval het feit in een derden Staat is gepleegd en de Regeering van dien Staat de uitlevering aanvraagt;
wanneer de aanvrage daartoe geschiedt op grond van hetzelfde feit, waarvoor de opgeëischte persoon in het land, waaraan de uitlevering wordt aangevraagd, heeft terecht gestaan en ter zake waarvan hij aldaar is veroordeeld, van rechtsvervolging ontslagen of vrijgesproken;
indien de vervolging of de opgelegde straf naar de wetgeving des lands, waaraan de uitlevering wordt aangevraagd, verjaard is vóór de aanhouding van den opgeëischten persoon of, zoo er nog geene aanhouding heeft plaats gehad, vóór de oproeping om door de rechtbank te worden gehoord.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Prinsdom Monaco tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 8 oktober 1894