De verdragsluitende landen vormen eene Unie tot bescherming van den industrieelen eigendom.
De bescherming van den industrieelen eigendom omvat de octrooien van uitvinding, de gebruiksmodellen, de teekeningen en modellen van nijverheid, de fabrieks- of handelsmerken, den handelsnaam en de aanduidingen van herkomst of benamingen van oorsprong, zoomede de bestrijding van de oneerlijke mededinging.
Onder industrieelen eigendom wordt verstaan de ruimste opvatting daarvan; zij heeft niet alleen betrekking op de nijverheid en handel in eigenlijken zin, maar evenzeer op het gebied der landbouwnijverheid (wijnen, granen, tabaksbladeren, vruchten, vee, enz.) en der mijnbouwnijverheid (mineralen, minerale wateren, enz.).
Onder de octrooien van uitvinding zijn begrepen de verschillende soorten van octrooien van nijverheid, welke door de wetgevingen der verdragsluitende landen erkend zijn, zooals octrooien van invoer, verbeteringsoctrooien, aanvullingsoctrooien en -certificaten, enz.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911 en te 's-Gravenhage op 6 november 1925· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1928