De octrooien, aangevraagd in de verschillende verdragsluitende landen door hen, die tot de Unie behooren, zullen onafhankelijk zijn van de octrooien verkregen voor dezelfde uitvinding in de andere landen, onverschillig of deze al dan niet tot de Unie zijn toegetreden.
Deze bepaling moet volstrekt worden opgevat, met name in dezen zin, dat de octrooien, aangevraagd gedurende den termijn van voorrang onafhankelijk zijn, zoowel uit een oogpunt van redenen van nietigheid en verval, als uit een oogpunt van gewonen duur.
Zij is van toepassing op alle octrooien, bestaande op het tijdstip, waarop zij in werking treedt.
Dezelfde regel geldt, in geval van toetreding van nieuwe landen, voor de octrooien, over en weer bestaande op het oogenblik der toetreding.
Artikel 4bis
Artikel 4bis
Onderdeel van Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911 en te 's-Gravenhage op 6 november 1925· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1928