De invoer, door den octrooihouder, in het land, waar het octrooi werd verleend, van voorwerpen, vervaardigd in een of ander land der Unie, zal het octrooi niet doen vervallen.
Echter zal elk van de verdragsluitende landen de bevoegdheid hebben de wettelijke maatregelen te treffen, noodig om de misbruiken te voorkomen, die zouden kunnen voortvloeien uit de uitoefening van het uitsluitend recht, door het octrooi toegekend, b.v. het achterwege laten van toepassing.
Deze maatregelen kunnen slechts dan verval van het octrooi inhouden, indien de verleening van gedwongen licenties niet voldoende is om die misbruiken te voorkomen.
In elk geval zullen dergelijke maatregelen niet op een octrooi kunnen worden toegepast, voordat ten minste 3 jaren verstreken zijn, te rekenen van den dag waarop het verleend is af, en indien de octrooihouder zich rechtvaardigt door geldige redenen.
De bescherming der teekeningen en modellen van nijverheid kan niet worden getroffen door eenig verval op grond van invoer van voorwerpen gelijk aan die, welke beschermd zijn.
Geenerlei teeken of vermelding van inschrijving zal voor de erkenning van het recht op de waar geëischt worden.
Indien het gebruik van het ingeschreven merk in een land verplicht is, zal de inschrijving slechts kunnen worden vernietigd na verloop van een billijken termijn, en indien de belanghebbende zijn stilzitten niet rechtvaardigt.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911 en te 's-Gravenhage op 6 november 1925· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1928