Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oostenrijk· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 13 november 1930

(1). De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen, dat het vervoer van reizigers van elke nationaliteit, alsmede van hun bagage over het grondgebied van elk der beide Hooge Verdragsluitende Partijen voor wat betreft de verzending, de vrachtprijzen, de openbare lasten, gelegd op het vervoer, en voor wat betreft het reizen zelf aan een even gunstig regiem zal onderhevig zijn als het algemeene regiem dat van toepassing is op het vervoer van reizigers in het binnenlandsch verkeer of in het verkeer met een derden Staat, te weten onder dezelfde voorwaarden, in dezelfde richting en op hetzelfde traject. (2). De uit Nederland met bestemming naar een Oostenrijksch station of in doorvoer door Oostenrijk verzonden goederen zullen op de Oostenrijksche spoorwegen, voor wat betreft de verzending en het vervoer, de vrachtprijzen en de openbare lasten, verbonden aan het vervoer, niet minder gunstig behandeld worden dan dezelfde goederen, vervoerd tusschen Oostenrijksche stations, wel te verstaan onder dezelfde voorwaarden, in dezelfde richting en op hetzelfde traject. (3). Deze laatste bepaling zal evenzeer worden in acht genomen door de Nederlandsche spoorwegen ten aanzien van goederen verzonden uit Oostenrijk met bestemming naar een Nederlandsch station of wanneer deze goederen in transit het Nederlandsch grondgebied passeeren. (4). De voorgaande bepalingen doelen niet op de tariefverminderingen welke worden verleend ten gunste van werken van weldadigheid of van openbaar onderwijs, noch op de kortingen welke in geval van een algemeene ramp worden verleend aan het vervoer van reizigers en goederen, noch op die, welke gelden voor militair vervoer, voor personen in publieken dienst, voor spoorwegpersoneel en voor personeel van gelijksoortige diensten, alsmede voor de leden van hun gezinnen, noch voor de dienstzendingen van inheemsche vervoerondernemingen. (5). Het is eveneens wel verstaan, dat op de secundaire spoorlijnen (buurtspoorwegen, lokaalspoorwegen, tramwegen), welke voornamelijk dienen voor het toeristenverkeer, kortingen op de reizigerstarieven zullen kunnen worden verleend aan de inwoners van de aangrenzende gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel