**(1).** De schepen van elk der beide Hooge Verdragsluitende Partijen, hun bemanningen, hun passagiers en hun ladingen zullen in de havens en wateren en op de bevaarbare stroomen van de andere Partij alle voorrechten genieten welke aan de meestbegunstigde natie worden verleend.
**(2).** De meetbrieven van de schepen en vaartuigen van een der Hooge Verdragsluitende Partijen zullen door de autoriteiten van de andere Partij worden aanvaard zonder dat zal worden overgegaan tot een hernieuwd onderzoek of tot nieuwe maatregelen, mits de regelen, volgens welke de meting geschiedt in het land waar de meetbrief is afgegeven, worden erkend als gelijkwaardig aan de regelen welke in het land van de andere Partij zijn vastgesteld.
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oostenrijk· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 13 november 1930