De jaarlijkse begroting van het Bureau wordt door de Algemene Vergadering vastgesteld volgens de voorwaarden voorzien in het derde lid van artikel 28. Daarbij wordt rekening gehouden met de financiële reserves van het Bureau, de inkomsten van welke aard dan ook, alsmede het debet en het credit met betrekking tot voorgaande boekjaren. De uitgaven van het Bureau worden uit deze middelen en uit de bijdragen van de Verdragsluitende Partijen gedekt volgens het aandeel dat hun ingevolge de besluiten van de Algemene Vergadering toevalt.
HOOFDSTUK V
Artikel 32
Artikel 32
Onderdeel van Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 9 juni 1980