Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 33

Artikel 33

Onderdeel van Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 9 juni 1980

1. Iedere Verdragsluitende Partij kan een voorstel indienen tot wijziging van dit Verdrag. De tekst van het voorstel en de met redenen omklede motieven dienen te worden gericht aan de Secretaris-Generaal die ze op de kortst mogelijke termijn ter kennis brengt van de andere Verdragsluitende Partijen. 2. Het ingediende voorstel tot wijziging wordt geplaatst op de agenda van de gewone zitting of van een buitengewone zitting van de Algemene Vergadering die ten minste drie maanden na de datum van indiening door de Secretaris-Generaal wordt gehouden. 3. Elk voorstel tot wijziging dat is aangenomen door de Algemene Vergadering op de voorwaarden voorzien in het voorafgaande lid, alsmede in artikel 28, wordt door de Regering van de Franse Republiek ter aanvaarding voorgelegd aan alle Verdragsluitende Partijen. Het treedt voor al deze Partijen in werking op de datum waarop vier vijfde van hen van hun aanvaarding hebben kennisgegeven aan de Regering van de Franse Republiek. In afwijking echter van de voorafgaande bepalingen treedt elk voorstel tot wijziging van dit lid, van artikel 16 betreffende het douanestelsel of van de in dat artikel bedoelde Bijlage, pas in werking op de datum waarop alle Verdragsluitende Partijen van hun aanvaarding hebben kennisgegeven aan de Regering van de Franse Republiek. 4. Iedere Verdragsluitende Partij die een voorbehoud wenst te maken ten aanzien van haar aanvaarding van een wijziging deelt het Bureau de tekst van het desbetreffende voorbehoud mede. De Algemene Vergadering spreekt zich uit over de aanvaardbaarheid van het voorbehoud. De Algemene Vergadering dient goede rekening te houden met voorbehouden die erop gericht zijn verworvenheden ter zake van tentoonstellingen te beschermen en dient voorbehouden die bevoorrechte situaties zouden kunnen doen ontstaan, af te wijzen. Indien een voorbehoud wordt aanvaard, wordt, voor de berekening van de meerderheid van vier vijfde, de Partij die het heeft gesteld, geteld bij degenen die worden geacht de wijziging te hebben aanvaard. Indien het voorbehoud wordt verworpen, kiest de Partij die het heeft ingediend tussen verwerping van de wijziging en aanvaarding daarvan zonder voorbehoud. 5. Wanneer de wijziging in werking treedt op de voorwaarden voorzien in het derde lid van dit artikel, kan iedere Verdragsluitende Partij die heeft geweigerd het te aanvaarden, zich desgewenst beroepen op het bepaalde in artikel 37.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel