Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 19 juli 1996

A). Voor erkenning door het Internationaal Tentoonstellingsbureau komen in aanmerking de internationale tentoonstellingen die voldoen aan de volgende voorwaarden: de duur ervan mag niet minder dan 3 weken en niet meer dan 3 maanden zijn; zij moeten een nauwkeurig bepaald thema tot onderwerp hebben; de totale oppervlakte ervan mag niet meer dan 25 hectare zijn; de deelnemende Staten moeten hiervoor de beschikking krijgen over tentoonstellingsruimten die zijn gebouwd door de organisator en die geheel vrij zijn van huur, lasten, belastingen en andere kosten dan die welke een vergoeding voor geleverde diensten vormen; de grootste ruimte die aan een Staat wordt toegewezen, mag niet groter zijn dan 1000 m2. Het Internationaal Tentoonstellingsbureau kan evenwel een afwijking toestaan van de verplichting tot kosteloosheid, indien de economische en financiële situatie van de organiserende Staat zulks rechtvaardigt; van de op grond van deze paragraaf A erkende tentoonstellingen mag er slechts één worden gehouden tussen twee ingeschreven tentoonstellingen; van de op grond van deze paragraaf A ingeschreven of erkende tentoonstellingen mag er slechts één worden gehouden in de loop van een en hetzelfde jaar. B). Het Internationaal Tentoonstellingsbureau kan eveneens zijn erkenning verlenen: aan de tentoonstelling van decoratieve kunst en moderne architectuur van de Triennale van Milaan, omdat zij reeds lang bestaat en voor zover zij haar oorspronkelijke kenmerken behoudt; aan tuinbouwtentoonstellingen van het type A1, erkend door de Internationale Tuindersvereniging, mits zij in verschillende Staten worden gehouden met een tussenpoos van ten minste twee jaar, en in eenzelfde Staat met een tussenpoos van ten minste 10 jaar; die gehouden worden tussen twee ingeschreven tentoonstellingen in.

Rechtspraak bij dit artikel