Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsovereenkomst van schepelingen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 december 1937

Voor de toepassing van dit verdrag moeten de volgende uitdrukkingen als volgt worden verstaan: onder „schip” elk schip of vaartuig van welken aard ook, publiek of privaat eigendom, dat gewoonlijk gebezigd wordt voor zeevaart; onder „schepeling” ieder persoon, die werkzaam of in dienst is aan boord in welke hoedanigheid ook en op de monsterrol voorkomt, met uitzondering van kapiteins, loodsen, leerlingen van opleidingsschepen, leerlingen met wie een leerling-overeenkomst gesloten is, van de bemanning van oorlogsschepen en van andere personen in vasten dienst van den Staat; onder „kapitein” ieder persoon, die het gezag over het schip voert en met de zorg daarover belast is, met uitzondering van loodsen; onder „schepen voor korte vaart” schepen, gebezigd voor handel tusschen de havens van een land en de havens van een naburig land, gelegen binnen de geographische grenzen daarvoor in de nationale wet bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel