**1.** De arbeidsovereenkomst wordt geteekend door den reeder of zijn vertegenwoordiger en door den schepeling. Aan den schepeling en eventueel aan zijn raadsman moet de gelegenheid gegeven worden om van den inhoud der overeenkomst kennis te nemen alvorens deze wordt ondertekend.
**2.** De omstandigheden, waaronder de schepeling de overeenkomst teekent, moeten in de nationale wet worden geregeld, ten einde het toezicht van de bevoegde openbare autoriteit te verzekeren.
**3.** Aan de voorafgaande bepalingen zal geacht worden voldaan te zijn, wanneer de bevoegde macht verklaart, dat haar de artikelen van de overeenkomst schriftelijk zijn voorgelegd en dat zij zijn goedgekeurd zoowel door den reeder of zijn vertegenwoordiger als door den schepeling.
**4.** In de nationale wet moeten bepalingen opgenomen worden om te waarborgen, dat de schepeling de bedoeling van de overeenkomst begrijpt.
**5.** De overeenkomst mag geen enkele bepaling inhouden strijdig met de nationale wet of met dit verdrag.
**6.** Voorts moeten in de nationale wet opgenomen worden alle andere formaliteiten en waarborgen voor het sluiten van een overeenkomst, welke noodig worden geoordeeld voor de bescherming van de belangen van den reeder en den schepeling.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag betreffende de arbeidsovereenkomst van schepelingen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 15 januari 1948